• 2020-01-01 15_27_53-Foto's.png
  • Kerk1.jpg

Welkom op website van de Hersteld Hervormde Gemeente te Vriezenveen

NEÊRLANDS BEVRIJDING

“De HEERE heeft grote dingen bij ons gedaan; dies zijn wij verblijd” (Psalm 126:3).

“Want de ongerechtigheid der Amorieten is tot nog toe niet volkomen” (Genesis 15:16).

Ons voorgeslacht heeft telken jare de dag van Waterloo herdacht. Toen kwam een einde aan de overheersing van Napoleon en aan de nood, daaruit voortvloeiende. Zo zullen wij de meidagen van 1945 niet vergeten. Vijf jaren tevoren begon de bezetting; wij vermoedden toen nog niet, welke een zee van jammer, onrecht en geweld ons zou overspoelen. Wat is er geleden, gestreden, gebeden. Honger en koude, concentratie kamp en deportatie, razzia en fusillering, verzet en weerloosheid, ach, de enkele woorden roepen reeksen van droeve en schrikbarende herinneringen bij ons op. Langzaam, te langzaam voor ons popelend hart, ging de bevrijding voort. O, de vreugde, toen het bericht der capitulatie zich verspreidde en de troepen der bevriende natiën de gehate overweldiger vervingen. De vaderlandse driekleur wapperde allerwege en het geliefd oranje tooide ieders borst. Vrij! Dankzij de hulp der Geallieerden; dankzij de goedertierenheid Gods. Op dit laatste komt het aan. Indien de Heere niet Zijn “tot hiertoe en niet verder” gesproken had tot het duivelse bewind der Duitse grootmachtigen, zouden Engeland, Amerika en Canada ons niet ter bevrijding zijn geweest. Ook heden, op de dag der herdenking, zal Gods volk opwaarts zien, belijdende: “De Heere maakte ons als degenen, die dromen; Hij vervulde de mond met lachen en de tong met gejuich; Hij heeft grote dingen bij ons gedaan!” Helaas, op duizendvoudige wijze heeft ons volk zich Gods weldaden onwaardig betoond. En ook de levende Kerk gaat allerminst vrijuit.
De gunstbewijzen des HEEREN Heeren zijn met ondank en ontrouw beantwoord. Met beschaamdheid des aangezichts hebben wij te vragen, waar de vruchten zijn, die in tegenspoed en voorspoed hadden moeten openbaar komen. Zo past naast de blijde toon van de 126e Psalm de ernstige waarschuwing van Genesis 15. De Heere zegt daar tot Abram, dat de inwoners van Kanaän nog niet aan de ondergang zullen worden prijs gegeven. Zij zullen nog gespaard blijven, tot Abrams nakroost uit Egypte wederkeert. Waarom? Omdat de maat van de ongerechtigheden der Amorieten nog niet was vervuld; de Amorieten zouden eerst hun goddeloosheid vol maken en dan hun oordeel door Jozua ondergaan. Indien het zó eens was met Nederland. Gespaard in mei 1945, omdat de maat onzer ongerechtigheden nog niet vol is. Gespaard om verder te rijpen voor het oordeel, waarvan de jaren 1940 tot 1945 een voorspel waren. O, moge het aldus niet zijn. Maar moge Gods volk dan ook door de Heilige Geest op zijn plaats gebracht en op zijn plaats gehouden worden. Niet de wereld buiten God zal Nederland een toekomst geven, maar de Heere zal het moeten doen om Christus’ wille, om der wille van Zijn erfdeel. De tien rechtvaardigen in Sodom zouden voor de stad ter behoudenis wezen; zo zal de Almachtige Nederland nog sparen met het oog op Zijn volk, in Immanuël verkoren en in de tijd des welbehagens vergaderd. De Heere schrage Zijn volk, tot eer van Zijn Naam, tot hun zegening en ook tot welzijn van ons dierbaar vaderland.

Wijlen ds. E. van Meer (1891-1954).   

Go to top