Wie is Online

  • 15 gasten
  • Inloggen



    Welkom op website van de Hersteld Hervormde Gemeente te Vriezenveen.


    Kerkgebouw

    Beth-El kerk Vriezenveen

     
    Overdenking E-mail

    Meditatie


    EEN GEBED VOOR DE KONING; EEN GEBED TOT DE KONING

    …Die koning verhore ons ten dage van ons roepen.

    Psalm 20 : 10 b

    Gedurende heel de twintigste eeuw is er in ons land geen sprake geweest van een koning, maar van een koningin. Koning Willem III was in de negentiende eeuw de voorlaatste koning in het Koninkrijk der Nederlanden. Nu mag ons land, al weer vijf jaar, een koning hebben; koning Willem-Alexander wiens geboortedag wij onlangs mochten herdenken. In onze tijd heeft de koning minder invloed dan de koningen vroeger in ons land hadden en zeker dan de koning in Israël had. De koningen van Israël waren er zelf persoonlijk verantwoordelijk voor om hun volk te beschermen tegen aanvallen van vijandige volkeren, om recht te spreken in situaties van onrecht en om de zwakkeren van het volk, met name weduwen en wezen, te beschermen. Zij waren er ook van Godswege toe geroepen om het volk voor te gaan in de dienst des Heeren. De kinderen Israëls hadden daarom ook grote verwachting van hun koning. De invloed van koning Willem-Alexander is anno 2018 veel beperkter. Een van de principes van ons staatsrecht luidt dat de koning onschendbaar is en de minister verantwoordelijk. Het komt wel voor wanneer er iets verkeerd gaat dat een minister moet aftreden. Dit geldt echter bijna nooit voor de koning.


    Toch moet gezegd worden dat wij een koning hebben ontvangen van de Heere opdat hij zijn invloed zou gebruiken tot zegen van ons volk en tot eer van Gods Naam. Koning Willem-Alexander is koning bij de gratie Gods. Hij heeft zijn macht niet ontvangen door de gunst van mensen, maar van Hem door Wie de koningen der aarde regeren. Hoewel de invloed van de koning steeds meer beperkt is, zijn veler ogen toch op hem geslagen. Zijn positie is nog altijd zeer belangrijk. Eens zal onze koning dan ook voor de Koning der koningen verantwoording moeten afleggen over de wijze waarop hij zijn ambt heeft uitgeoefend. In die zin mag er verwachting zijn van onze koning. Deze verwachting zal er alleen zijn, als er ook veel gebeden mag worden voor onze koning. Dat gebeurde in Israël. Mogen u en jij dat ook doen voor het Oranjehuis?


    In Psalm 20 lezen wij van een dergelijk gebed van het volk Israël voor hun koning. Waarschijnlijk is deze Psalm door David zelf gedicht ten tijde van de strijd tegen de Ammonieten en Syriërs. De Heere Zelf echter heeft deze koningspsalm aan het volk gegeven, opdat zij biddend gezongen zou worden in dagen van (oorlogs)gevaar. Zo is menigmaal door de kerk van het Oude Testament gesmeekt om bewaring van de koning. Het is de liefde tot de koning die het volk doet bidden. Daar is echter meer. Door de hand van de koning schenkt de Heere het volk Zijn heil. Het heil van het volk is verbonden aan het heil van de koning. Het is de koning die het volk beschermt en de verdrukten recht doet. Zo wordt door het volk tot de Heere gebeden voor de koning. Opdat het volk niet tevergeefs tot de koning zou bidden om heil.


    Psalm 20 is niet alleen een gebed van Israël voor de koning. In Christus krijgt deze Psalm haar volkomen vervulling. Het koningschap van David is een schaduw en type van Christus’ Koningschap. Zo is Psalm 20 nog meer een gebed van de Kerk om Christus’ overwinning over Zijn vijanden en de uitbreiding van Zijn Koninkrijk. En hoe geldt het heerlijk dat het heil van Zijn volk gelegen is in het heil van deze Koning. Door de Kerk van alle tijden en plaatsen is het gebeden: ”Uw Koninkrijk koom' toch, o Heere”. En hoe heeft Zijn Vader deze Koning ondersteund vanuit Sion. Op de berg der verheerlijking, kort voor Zijn sterven, is Christus aanbeden door Mozes en Elia als de vertegenwoordigers van de Kerk; zij smeekten Hem Zijn weg te gaan tot eeuwig heil van Zijn Kerk. Daar ook is Hem de heerlijkheid voorgesteld die Hem wachtte na lijden en sterven. Als de koning van Israël ten strijde trok bad hij om bewaring en moest hij de Heere offeren. Zo is Christus biddende Zijn weg gegaan, Zijn ziel tot een schuldoffer stellend. Zo heeft Hij aan het recht Zijns Vaders voldaan en de schuld voor Zijn volk uitgedelgd. Opdat Zijn Vader Zijn begeerten zou vervullen; namelijk dat degenen die Hem van eeuwigheid af gegeven zijn niet verloren zouden gaan. Zo moest deze Koning sterven opdat de Zijnen zouden leven. Maar door Zijn sterven heen heeft de Vader Zijn Gezalfde bewaard en verheerlijkt. Uit de doden is Hij opgestaan en ten hemel gevaren om eeuwig te regeren. En het heerlijke van dit alles is, dat nu deze Koning “bewaard” is, Hij de Zijnen bewaart ten dage van hun roepen.


    Mag u zich door wederbarende genade een onderdaan noemen van deze Koning? Dan kent u dat biddende leven waarover wij lezen in vers 10: ”…Die Koning verhore ons ten dage van ons roepen”. Dat leven is ons van nature vreemd. In onze dagen is er veel “blijde” godsdienst zonder strijd en gebed. De Koning der koningen echter heeft een koperen hemel ondervonden toen Hij in Zijn dag der benauwdheid aan het kruis de toorn van Zijn Vader heeft gedragen voor de Zijnen. Van een koperen hemel en een dag der benauwdheid weten ook Gods kinderen, als de Heere hen Zijn heilige en rechtvaardige toorn openbaart over hun zonden. Hoe zouden zij anders de Goddelijke bewaring van die Zaligmaker nodig krijgen? Nooit zouden wij deze Man van smarten begeren. Als dat voor u geldt: smeek dan de Heere om Zijn ontdekkende genade. Wanneer u door genade niet leert roepen tot deze Koning, zult u eenmaal voor eeuwig tevergeefs roepen in de buitenste duisternis. Zalig echter wie leerde roepen tot deze Koning. Wie is Het Die de hemelen scheurt en de Zijnen opbeurt in een hoog vertrek, dan Christus alleen? Het is de heerlijke ondervinding van Zijn Kerk: "Die Koning verhore ons ten dage van ons roepen". Vaak mag het zo zijn dat de Heere de Zijnen het geloof al schenkt onder het gebed dat Hij hen geeft. Verkeert u in dergelijke benauwdheid? Smeek deze Koning om ogen des geloofs dat Hij Zich u zal openbaren met al Zijn schatten en gaven. Waar Hij Zich openbaart daar juicht de Kerk over Zijn heil en steekt de vaandels op in de Naam des Heeren. Dan gaat het op aarde vaak door druk en moeite heen. Maar daarover leert de Heere de Zijnen zich zelfs verblijden. Immers, het doet hen nog meer roepen tot deze Koning.

    Op aarde kunnen zij alles kwijt raken, maar nevens God lust hen niets op de aarde. Zo mag de Kerk getroost leven om eenmaal zalig te sterven en eeuwig te roemen van Gods goedertierenheden.

    Ds. IJ.R. Bijl.


    alt


     
    Hersteld Hervormde Gemeente Vriezenveen