Wie is Online

  • 15 gasten
  • Inloggen



    Welkom op website van de Hersteld Hervormde Gemeente te Vriezenveen.


    Kerkgebouw

    Beth-El kerk Vriezenveen

     
    Overdenking E-mail

    Meditatie

    “De praktijk der Godzaligheid”

    G. Voetius over ontspanning

    Nu de vakantietijd weer is aangebroken is voor velen de tijd aangebroken om zich te ontspannen. Het is goed en zelfs naar het Woord om een weinig te rusten. Tegelijkertijd dreigen er ook vele gevaren, met name voor onze jongeren, juist ook in de vakantietijd. Gods geboden veranderen niet in de vakantietijd. Ook in de vakantietijd kan de koning der verschrikking, de dood ons elk uur bezoeken. Dit alles betekent niet dat verantwoorde ontspanning verkeerd is. Maar wat is verantwoorde ontspanning? Ook onze vaderen hebben blijkbaar al met deze dingen geworsteld.

    Ik wil een klein stukje citeren uit het bekende werk van de Utrechtse hoogleraar Gijsbertus Voetius (1589-1676), De praktijk der Godzaligheid, dat verscheen in 1664. Het gaat daarbij om wat hij schrijft over de wijze waarop men de dag moet doorbrengen. Ik citeer: “Bij ontspanning en spel dient men op het volgende te letten. Het spel mag niet 1e al te veel; 2e al te intensief; 3e al te langdurig; 4e gevaarlijk; 5e ongeoorloofd (..); 6e iets lichtzinnigs of verkeerds zijn, of een aanleiding daartoe vormen”.

    Ook merkt Voetius op dat wat wij doen ter ontspanning in overeenstemming moet zijn met ons beroep. Blijkbaar maakt het wel verschil hoe bijvoorbeeld een predikant zijn vrije tijd doorbrengt of wat een jongen die nog op de middelbare school zit doet. Voetius stelt ook dat wij bij onze ontspanning moeten letten op de stand van zaken in het land en in de persoonlijke sfeer. Hij wijst erop dat het ook zeker uitmaakt op welke plaats wij het spel beoefenen en dat ook het gezelschap verschil kan maken. Om maar een toepassing te maken die voor een ieder duidelijk is: wij kunnen ons bijvoorbeeld afvragen hoe gepast het is om op vakantie te gaan als een zeer nabij familielid op sterven ligt, of om dan een verjaardag uitbundig te vieren.

    Bij dit alles waarschuwt Voetius ook voor oneerbare, ongeoorloofde en ongepaste vormen van ontspanning. Ik citeer opnieuw: “1e Al te uitbundig en stompzinnig gelach (..). 2e Vuile praat, gekkernij en allerlei onbetamelijke grappen, Ef.5:4 (..). 3e Zedeloze liedjes, maar ook het zingen van Psalmen en geestelijke liederen in een sfeer van bandeloosheid, Amos 6:5. 4e Dansen en andere vormen van gemeenschappelijk spel en ontspanning die van oudsher voor christenen verboden zijn (..). 5e Komedies, andere vormen van toneelspel, en niet alleen ijdele, maar ook gevaarlijke bezigheden (…). 6e Het lezen van zedeloze, liederlijke en aanstootgevende boeken. 7e Kaarten, dobbelen, gokken enz.(..).

    Concluderend valt het op dat Voetius niet elke vorm van ontspanning afwijst. Wel zal datgene wat ter ontspanning gedaan wordt niet mogen strijden met Gods Woord en Zijn geboden. Voetius heeft niet geschroomd de zonden concreet aan te wijzen. Maar ook al is een vorm van ontspanning op zichzelf niet onverantwoord, dan wijst hij er toch op dat alles met mate moet gebeuren. Het onschuldige kan haar onschuld verliezen als het al onze tijd vergt, als het ons hart bezet en ons op die wijze van de Heere aftrekt. Hoe geldt het ook in de vakantietijd dat we de Heere moeten vragen: ”Is er bij mij een schadelijke weg?” En hoe geldt het ook in onze vrijetijdsbesteding dat niets bedekt is voor Zijn gezicht.

    Afsluiten van de dag.

    Voetius heeft in De praktijk der Godzaligheid niet alleen geschreven over de wijze waarop wij de dag moeten doorbrengen, maar ook over de wijze waarop wij de dag moeten afsluiten. Opnieuw gaat het om geestelijk onderwijs voor elke dag van ons leven, waarbij wij dat zeker ook op de vakantietijd mogen betrekken. “’s Avonds, voordat wij gaan slapen, moeten wij het verloop van de afgelopen dag nagaan en overdenken (…); 1e We moeten nagaan wat ons aan voor- of tegenspoed overkomen is, de gelegenheid aangrijpen om op Gods voorzienigheid te letten, Hem voor de voorspoed dank te zeggen, en ons over de tegenspoed te vernederen onder de krachtige hand Gods.

    2e We moeten ons voor Gods Aangezicht verootmoedigen over het kwade dat wij gedaan, en het goede dat wij nagelaten hebben. Hier past dus enigerlei herhaling en hernieuwing van de bekering en het geloof (..).

    3e We moeten God danken voor het goede dat wij gedaan, en voor het kwade dat wij door Zijn genade niet gedaan hebben, Hem daarvoor de eer toebrengen en met de apostel zeggen: “Door de genade Gods ben ik dat ik ben,” en: “doch niet ik, maar de genade Gods die met mij is.”

    4e. Deze gelegenheid kan aangegrepen worden om te bedenken dat wij nu weer een dag dichter bij de dood gekomen zijn, dat velen zich ter ruste begeven hebben die niet meer zullen opstaan, en dergelijke dingen meer.”

    Voetius wijst er nog op dat het niet alleen zegenrijk is om op vaste tijden Gods Aangezicht te zoeken in het gebed, maar ook met regelmaat in de huizen een Psalm te zingen.

    Uit alles wat wij bij Voetius lezen blijkt dat het gaat om een leven voor Gods Aangezicht, wat een leven is in het licht van de eeuwigheid. Het komt erop aan dat wij de Heere vrezen en die vreze Gods in ons hart gewerkt wordt door Woord en Geest. Hierop mogen wij ons onderzoeken. Hierom mogen wij de Heere smeken; om zo getroost te leven en eens zalig te sterven en in te gaan in de eeuwige vreugde des Heeren. Zo mogen we elkaar een gezegende vakantieperiode toewensen.

    Ds. IJ.R. Bijl.


    alt


     
    Hersteld Hervormde Gemeente Vriezenveen